Rita (zo mag ik haar noemen) en ik hebben een haat-/liefdeverhouding. Nou.. ik heb die met Rita, zij niet per sé met mij.
Ik ken haar nog niet heel lang, sinds juli denk ik. We zijn bij elkaar gekomen door een gemeenschappelijke vriendin. Sindsdien gaat ze overal mee naar toe voor als ik haar nodig heb.
Er zijn verschillende manieren waarop zij mij helpt. Tijdens het lesgeven helpt ze mij om mijn gedachten niet sneller te laten gaan dan ik ze kan uitspreken, waardoor ik in volzinnen dingen kan uitleggen en niet de hele tijd vast loop. Tijdens het werken helpt ze mij om niet continu door alles afgeleid te zijn en daadwerkelijk mijn werk te doen. In het weekend heb ik haar soms nodig om er voor te zorgen dat ik niet de hele dag in mijn pyjama op de bank zit. Dankzij haar ga ik mee de deur uit, doe ik de was en is ons huis opgeruimder dan eerst (opgeruimd kan ik het niet noemen, we hebben een dochter van 2..).
Voor alles wat ik zojuist noemde hou ik van haar, maar haat ik ook dat ik haar nodig heb. Ik heb zo lang ruzie gemaakt met mezelf over de dingen die ik niet net als een ander “gewoon” kan, dat het er ingesleten zit. Daarom accepteer ik de hulp van Rita dus ook nog niet altijd..
Maar ja, zolang ze ervoor blijft zorgen dat ik niet de hele dag in mijn pyjama rondloop en de was enigszins is te overzien, mag ze blijven. Dan wint de liefde het toch van de haat.


Geef een reactie op ashleygroenveld Reactie annuleren